Duivenoverlast beperken

De overlast die duiven veroorzaken, bestaat vooral omdat ze in grote aantallen bij mekaar op bepaalde locaties verblijven.
Liefst waar ze worden gevoed of makkelijk voedsel aantreffen.
Het gevolg is dikwijls zure vogelpoep, die schadelijk is voor gebouwen. Er kan ook een (relatief klein) gezondheidsrisico optreden wanneer kleine kinderen met duivenpoep in aanraking komen.

Er bestaan verschillende soorten duiven: 

  • de holenduif en Turkse tortel zijn beschermde dieren. Deze duiven mag u niet bestrijden.
  • de houtduif is eveneens beschermd, maar er mag wel op gejaagd worden (Vlaamse Jachtdecreet) door vergunninghouders van midden september tot eind februari en daarnaast, op plaatsen waar de overlast groot is, van begin maart tot midden september.
  • de (verwilderde) stadsduif. Deze soort zorgt voor de meeste klachten, geniet geen bescherming en mag worden bestreden.
    Er mogen geen vangstnetten, mistnetten of vangkooien gebruikt worden zonder toestemming van het Agentschap voor Natuur en Bos.

Zo krijgt u het overlastprobleem het best onder controle:

  • De gemeente engageert zich om de openbare plaatsen zoveel mogelijk rein te houden door afval en etensresten zo veel en zo vlug mogelijk op te ruimen.
    Neem zelf ook uw verantwoordelijkheid op: gooi voedselresten niet lukraak weg, maar deponeer ze in de aanwezige vuilnisbakjes. 

  • Voeder geen dieren (en dus ook duiven) op openbare plaatsen, parken en plantsoenen (je kan hier een GAS-boete voor krijgen). Hierdoor zal het aanbod voor ander ongedierte, zoals ratten en aasvogels, sterk verminderen. 

  • Zet afvalzakken, gevuld met etensresten, enkel buiten wanneer dit toegelaten is, nl. ten vroegste vanaf 18 uur de dag voor de ophaaldag. Zo verkleint u de kans dat de zakken worden kapotgeprikt of –gereten, waardoor ongedierte wordt aangetrokken. Blijven er nadien voedselresten liggen, ruim deze dan onmiddellijk op.

  • Het plaatsen van duivenpinnen op dakranden en richels is erg efficiënt en wordt sterk aanbevolen. Het noodzaakt de duiven om hun uitkijkposten ergens anders in te nemen.

  • Sluit openingen in buitenmuren of daken zoveel mogelijk af door ze dicht te maken met metselwerk, glas, hout of gaasdraad.

Andere mogelijke (vangst)maatregelen, zoals het plaatsen van een duiventil of het vangen van duiven met fuiken, hebben volgens ervaringen in Duitsland, Zwitserland maar ook in eigen land (stad Antwerpen) slechts een korte termijneffect. Volgens een studie van het Vlaams Instituut voor NatuurBehoud (INBO) vergroten trouwens de afvallers de overlevingskans van de overblijvers, zodat er finaal geen netto-effect is. Stadsduiven houden zich overigens vooral in stand door het voedselaanbod. De inzet van slechtvalken tot slot is in onze regio (Antwerpse zuidrand) weinig zinvol, omdat er reeds diverse slechtvalkpopulaties actief zijn, die ieder een groot jachtgebied bestrijken.

Contactinformatie