Geschiedenis

De naam Aartselaar

Over de oorsprong en betekenis van de naam Aartselaar bestaan verschillende meningen. De meest aanvaardbare uitleg is wel dat "Arcelar", zoals men het vroeger schreef, een laar is. Dit is een open plek in een bos in de buurt van een "archas" of grens.

 

De voorgeschiedenis 

Tot het einde van de vroege middeleeuwen is Aartselaar een gehucht in het moedergouw Kontich, een gebied dat zich destijds uitstrekte tot aan Schelde en Rupel en naast Kontich ook de gemeenten Hemiksem, Schelle, Niel, Boom, Aartselaar, Reet, Waarloos, Lint, Hove, Edegem en Mortsel omvatte. Oorspronkelijk was deze grote Kontichse gouw een patronaatgebied van de abdij van Lobbes. Dit was gebied dat later overging in handen van de machtige familieclan der Berthouts, Heren van Mechelen. Door geldgebrek van de regerende vorsten of van de verarmerende kerk gaan deze grote bestuursgebieden hoe langer hoe meer versplinteren naar steeds kleinere entiteiten om uiteindelijk uit te monden via de lokale Heerlijkheid in de zelfstandige gemeente Aartselaar zoals we die nu kennen.

 

In de middeleeuwen werd Aartselaar een zelfstandige parochie

1309 is een belangrijk jaartal in onze lokale geschiedenis. Omdat de afstanden om de zondagsmis bij te wonen als te groot worden beschouwd verkrijgt Aartselaar het recht om een zelfstandige parochie te worden binnen de parochie Kontich. Vanaf 1302 was er al een houten kapel, pas veel later kwam er een kerk, die in de loop der eeuwen nog verschillende malen vergroot werd. Op bestuurlijk vlak bleef het een gehucht van de jurisdictie Kontich, maar de in 1309 bij akte vastgelegde parochiale grenzen zullen later ook de basis vormen voor de bestuurlijke grenzen van het dorp. Gedurende het verdere verloop van de middeleeuwen brokkelden de territoriale grenzen van het gebied Kontich stilaan af door oorlogen of twisten. Op het einde van de middeleeuwen kwam Filips De Schone, Koning van Spanje, in geldnood. Hij verkocht stukken van zijn rijk aan plaatselijke heren tegen aanzienlijke sommen geld. Adriaan Sanders (†1495) was toen wel Heer van Cleydael, maar had nog geen rechten als heer over het gehucht Aartselaar.

 

In de moderne tijden werd Aartselaar een zelfstandige Heerlijkheid

Keizer Karel verkocht in de zestiende eeuw geen gronden meer, maar zijn zoon Filips II kampte opnieuw met geldgebrek in de troebele tijden der Inquisitie. Ridder Charles Micault, heer van Heysselaer, kocht in 1557 van Filips II de gebieden binnen de grenzen van de parochie Aartselaar, echter ook met recht van terugkoop door de Vorst. Daardoor ontstond de zelfstandige heerlijkheid Aartselaar, die in 1558 ook een eigen schepenbank kreeg. Na de dood van ridder Charles Micault koopt Antonio del Rio in 1561 deze heerlijkheid over van de weduwe, Blanche de Bourdeaux. In 1589 werd Gillis Hooftman door erfenis Heer van Cleydael en Aartselaar. In de zeventiende eeuw vergrootte Pieter Hellemans, toenmalig heer van Aartselaar, het kasteel Cleydael. De heerlijkheid Aartselaar kwam in 1644 door aankoop in het bezit van Pascal François van den Cruyce: hij was de eerste die de heerlijkheid Aartselaar met Cleydael in volle eigendom erfelijk bezat. Deze bezittingen bleven in handen van de familie van den Cruyce tot aan het einde van het Ancien Régime. Onder Maria Theresia van Oostenrijk werd in de periode 1758-1763 een gekasseide weg van Boom naar Antwerpen aangelegd. Dit is het begin van de huidige A12.

 

In de Hedendaagse Geschiedenis kreeg Aartselaar ook z'n hedendaagse bestuursvorm

In 1794 werden door de Franse bezetter de heerlijke rechten afgeschaft. De Heerlijkheid verdween en de democratisch bestuurde gemeente kwam in de plaats. In het onafhankelijke België werd Charles De Crane, de eerste burgemeester in Aartselaar.

Aartselaar, waar op het einde van het Ancien Régime 1300 inwoners in hoofdzaak op landbouwgronden omgord door bossen verblijven, blijft een uitgesproken landbouwdorp tot na W.O. II. Maar de economische groei in de jaren '60 en '70 leidt tot onstuitbare woonuitbreiding, waardoor het landbouwdorp van weleer explosief uitdeint tot een bloeiende residentiële gemeente bevolkt met meer dan 14.000 inwoners.

 

Heemkundige Kring

Wie nog meer informatie wenst over de lokale geschiedenis kan terecht op maandagavonden tussen 19.30 en 22.30 uur in de bibliotheek van de Heemkundige Kring, Carillolei 3, die o.m. een gespecialiseerd tijdschrift uitgeven en uitgebreide documentatie over Aartselaar verzamelen en bewaren.


Wapenschild Aartselaar
Op 22 oktober 1992 hechtte de gemeenteraad zijn goedkeuring aan het historisch en heraldisch verantwoord gemeentewapen: "Twee schilden naast elkaar. 1. In lazuur een ankerhuis van goud. 2. In goud drie palen van keel. De twee schilden geplaatst voor een Sint Leonardus van goud.". Het raadsbesluit werd op 16 februari 1993 bekrachtigd door het besluit van de Vlaamse minister van Cultuur.

De schilden verwijzen naar de geschiedenis van de gemeente. Het schild van lazuur, beelden met een gouden ankerhuis, is het wapen van de familie Van den Cruyce, erfelijke heren van de heerlijkheid Aartselaar. Het schild van goud, beladen met drie palen van keel, is het wapen van de familie Berthout, heren van het land van Mechelen.