Duiven verblijven vaak in grote groepen op vaste plaatsen, meestal waar ze gemakkelijk voedsel vinden of gevoederd worden. Dat lijkt onschuldig, maar het zorgt voor problemen.
De zure duivenpoep tast gebouwen aan, veroorzaakt schade en is moeilijk te verwijderen. Bovendien kunnen kleine kinderen via contact met uitwerpselen een (klein) gezondheidsrisico lopen. Omdat Aartselaar een groen dorpshart heeft – denk aan het Laar en de bomen rond het gemeentehuis – is het een aantrekkelijke plek voor duiven.
Welke duiven zijn er, en wat mag je doen?
Niet alle duiven mag je zomaar bestrijden. Er zijn verschillende soorten, elk met hun eigen regels:
-
Holenduiven en Turkse tortels zijn volledig beschermd. Je mag hier niets tegen ondernemen.
-
Houtduiven zijn ook beschermd, maar mogen wel bejaagd worden door vergunde jagers. Dat kan van midden september tot eind februari én op probleemlocaties ook tussen begin maart en midden september.
-
Stadsduiven (verwilderd) zijn niet beschermd. Zij veroorzaken de meeste klachten en mogen wél bestreden worden.
Welke maatregelen neemt het lokaal bestuur Aartselaar?
Aartselaar was één van de eerste gemeente in de Antwerpse regio die gestart zijn met een proefproject voor het duurzaam en diervriendelijk beheersen van de stadsduivenpopulatie.
In samenwerking met Vets For City Pigeons gebruiken we R-12, een innovatieve methode op basis van een duivenpil. Dit is een maïskorrel met een tijdelijk en veilig contraceptief bestanddeel. De duiven blijven gezond, kunnen zich niet voortplanten, en de werking is volledig omkeerbaar.
Elke ochtend om 7 uur strooit een automatische dispenser op het dak van het gemeentehuis deze bewerkte korrels uit. De methode is wetenschappelijk onderbouwd, komt uit Italië en wordt ondertussen succesvol gebruikt in onder meer Mechelen, Leuven, Hasselt en Liedekerke.
Voor de start is de lokale duivenpopulatie zorgvuldig in kaart gebracht door dierenartsen, zodat we de evolutie goed kunnen opvolgen. Als het project succesvol blijkt, kan het ook in andere wijken uitgerold worden.
Daarnaast houdt de gemeente de openbare ruimte zo proper mogelijk door snel afval en etensresten te verwijderen, zodat de duiven minder voedingsbronnen aantreffen.
Wat kan je zelf doen om overlast te beperken?
Ook jij kan meehelpen om de overlast te verminderen. Hier zijn een paar eenvoudige maar doeltreffende tips:
-
Gooi etensresten altijd in vuilnisbakjes, nooit op straat of in het park.
-
Voeder geen dieren op openbare plaatsen. Dat is verboden en kan je een GAS-boete opleveren. Bovendien trekt het ook ander ongedierte aan, zoals ratten.
-
Zet je afvalzakken pas buiten vanaf 18 uur op de dag vóór de ophaling. Zo vermijd je dat zakken opengeprikt worden en voedselresten verspreid raken. Zie je toch resten op straat? Ruim ze onmiddellijk op.
-
Plaats duivenpinnen op dakranden en richels. Zo nemen duiven geen vaste uitkijkpost meer in.
-
Sluit openingen in gevels of daken af, bijvoorbeeld met gaas, hout of metselwerk. Zo voorkom je dat duiven nesten maken in gebouwen.

