Factcheck en duiding bij buren-infomoment van ISVAG

Opgemaakt op 11/10/2017

ISVAG stuurde aan de buurtbewoners van de intercommunale ISVAG een uitnodiging voor het ‘buren-infomoment’ van zaterdag 14 oktober a.s., waarop ISVAG haar plannen toelicht voor de bouw van een nieuwe, grotere afvaloven op de huidige locatie. Deze uitnodiging bevat foutieve informatie. Bovendien is afvalverbranding op de huidige locatie voor onze gemeente en onze gezondheid een bijzonder slecht idee. Hieronder vindt u de correcte informatie en duiding.

1. STELLING: Isvag bouwt een nieuwe hoogtechnologische installatie…:

FACTCHECK: Isvag moet op dit ogenblik, conform de wetgeving milieueffectrapportage en omgevingsvergunning, nog alle aanvraagprocedures doorlopen en de uitkomst van deze procedures afwachten, met inbegrip van de openbare onderzoeken en eventuele beroepsprocedures. Isvag wekt echter de indruk dat de vergunningen reeds zijn bekomen. Dit is dus niet het geval.

2. STELLING: Isvag is een opportuniteit voor de aanleg van een warmtenet in de regio.


FACTCHECK: Het warmtenet, waaraan Isvag zijn voortbestaan verbindt, kan allicht veel beter worden uitgerold vanuit reeds bestaande restwarmteproducenten zoals bijv. Umicore Hoboken. Dezelfde regio en dezelfde doelgroepen kunnen worden bediend, maar - bijzonder belangrijk - zonder dat hiervoor eerst een nieuwe afvaloven met een geraamde kostprijs van 175 miljoen euro, te betalen met belastinggelden, moet worden gebouwd.

DUIDING: Isvag is verplicht een kosten-baten-analyse te laten opmaken conform het M.B. d.d. 24.07.2015 houdende vastlegging van de basisregels en de berekeningstermijn voor de kosten-batenanalyse (uitvoering EU-energierichtlijn 2012/27/EU). Waarschijnlijk zal deze K.B.-analyse als uitkomst hebben dat er de uitrol van een warmtenet vanuit een bestaande restwarmteproducent vanuit economisch oogpunt zoveel beter is. Isvag heeft tot dusver nagelaten deze verplichte kostenbaten-analyse uit te voeren en heeft er pas onlangs, op aandringen van uw gemeenbestuur, toe beslist.

3. STELING: Isvag beweert een nieuwe oven met een extra verbrandingscapaciteit van 40.000 ton/jaar nodig te hebben (totale capaciteit: 190.000 ton/jaar) omwille van de verwachte bevolkingstoename tegen het jaar 2040.


FACTCHECK: Isvag handelt hiermee in strijd met het Vlaams afvalstoffenplan (Ovam – uitvoeringsplan huishoudelijke afvalstoffen - UMBHA, september 2016), dat uitgaat van een daling van het afvalaanbod tegen het jaar 2022 met 200.000 ton. De bouw van een nieuwe en dure oven tegen 2023 is dus overbodig. Bovendien zou het Antwerps afval tegen veel lagere kostprijs (ca. 50% lager) in Nederland kunnen worden verwerkt.

DUIDING: In hoofdstuk 9 ‘Eindverwerking’ (pag. 80 t.e.m. 92) van het UMBHA wordt bepaald dat Vlaanderen inzake de eindverwerking van afval het principe van zelfvoorziening hanteert en ervoor kiest om zelf de volledige verantwoordelijkheid op te nemen voor de verwijdering van het Vlaamse gemengd stedelijk afval (GSA). Daarnaast vermeldt het Vlaamse regeerakkoord: “We stemmen de afvalverbrandingscapaciteit af op de nog resterende restafvalproductie. De OVAM zorgt voor een overkoepelende regie op Vlaams niveau.”. Om dit te realiseren legt het uitvoeringsplan een duidelijke capaciteitsgrens vast voor afvalverbranding, gebaseerd op het niveau van het reële afvalaanbod. Deze limiet mag niet worden overschreden.
Volgens het UMBHA kent Vlaanderen momenteel (2016) ongeveer een evenwicht tussen beschikbaar aanbod en beschikbare capaciteit, maar stelt het zich als doel de hoeveelheid restafval in de planperiode verder te laten afnemen. Een vergunning voor nieuwe capaciteit of een uitbreiding van bestaande, is daarom alleen mogelijk als binnen Vlaanderen een deel van de beschikbare capaciteit wordt afgebouwd (UMBHA – punt 9.2.3.).
Bovendien wordt de jongste jaren vastgesteld dat in Vlaanderen de beschikbare hoeveelheid afval daalt. Zelfs bij een business-as-usual-scenario (BAU) rekent het UMBHA voor dat deze trend zich in de toekomst zal verder zetten. Bovendien leiden bijkomende acties om recycleerbaar afval in de verwerkingsketen te houden (plastics, matrassen e.d.m.) wellicht tot een daling van deze beschikbare hoeveelheid brandbaar afval. Indien tegen 2022 de doelstelling gehaald wordt, zal de hoeveelheid brandbaar afval met minstens 10 procent dalen. Dit betekent dat in 2022 de hoeveelheid beschikbare verbrandingscapaciteit met 10% kan worden gereduceerd.
Daarnaast is de vaststelling van de 308 Vlaamse steden en gemeenten er slechts 11 meer huishoudelijk afval produceren dan de stad Antwerpen, de grootste aandeelhouder binnen de intercommunale ISVAG. Zelfs nadat de afvalproductie per inwoner naar omlaag wordt bijgesteld via doorrekening van een correctiefactor omwille van het grootstedelijk en toeristisch karakter. De stad Antwerpen heeft dus nog bijzonder veel ruimte om, mits bijstelling van het afvalsorteer- en recyclagebeleid in de zin van het UMBHA, haar restafvalproductie te reduceren. Bijgevolg moet worden geconcludeerd dat de hoeveelheid brandbaar afval van de intercommunale ISVAG nog aanmerkelijk kan worden gereduceerd, zodat tegen de vervaldatum van de vergunning voor de oude oven (november 2020) mag worden verwacht dat deze oven probleemloos kan worden gesloten en ontmanteld.
Het brandbaar afval van ISVAG kan op dat ogenblik, onder de regie van de OVAM, worden geredigeerd naar de afvalovens van de Indaver te Beveren of, beter nog voor de Antwerpse belastingbetaler, naar de afvalovens in Nederland, waar het Antwerps afval blijkbaar tegen lagere kostprijs kan worden verwerkt. Indien dit bijvoorbeeld in Rotterdam zou gebeuren, kon een groot deel van het Antwerps afval over het water worden vervoerd, wat de verkeersdrukte op de Antwerpse wegen uiteraard gunstig zou beïnvloeden.
De actuele marktprijzen in Nederland schommelen tussen de 40 à 60 €/ton. Dat blijkt uit de studie van het Centraal Planbureau en uit volgende link: http://www.consultancy.nl/nieuws/10995/kplusv-tarieven-afvalverwerkingsindustrie-afgenomen Hierbij komt nog wel 15€/ton Vlaamse milieuheffing op verbranding en de uitvoer voor verbranding. Maar zelfs dan is de verwerkingskost in Nederland veel lager dan bij Isvag. In het financieel plan, opgemaakt i.o.v. Isvag door Grant Thornton, wordt de verwerkingskost bij Isvag geraamd op 134 à 138 euro/ton, minus de 10€/ton vergoeding voor de verkoop van energie.
Indien de nieuwe oven dus niet wordt gebouwd, betekent dit een win-win voor de Antwerpenaar, die niet langer 175 miljoen euro moet betalen voor de bouw van een nieuwe oven, maar die bovendien zijn afval tegen aanzienlijk lagere kostprijs in Nederland kan laten verwerken.

4. STELLING: Isvag stelt dat de huidige locatie vanuit ecologisch en economisch oogpunt het meest geschikt is.


FACTCHECK: Er is geen objectief onderzoek gebeurd naar locatiealternatieven omdat de uitgevoerde onderzoeken steeds zijn vertrokken vanuit de premisse van de bestaande locatie. ISVAG heeft dus maar één doel voor ogen gehad: de consolidering van haar afvalverbrandingsactiviteiten op de huidige locatie.

DUIDING: Volgens de Raad van State is een locatieonderzoek in het Milieu-Effecten-Rapport (MER) natuurlijk belangrijker voor een nieuwe inrichting dan voor een beperkte verlenging van de vergunning voor de bestaande oven. Niettemin is het noodzakelijk dat bij het alternatievenonderzoek ook andere locaties binnen de regio worden betrokken. Hiermee wordt bedoeld de volledige Vlaamse regio, zoals bepaald in het ‘Uitvoeringsplan huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval’ (OVAM, september 2016 - UMBHA). En conform de Europese afvalrichtlijn kunnen en mogen hierbij ook buitenlandse locaties worden betrokken.
In het MER wordt evenwel gemotiveerd dat, gezien het extensieve reeds gevoerde onderzoek, geen nieuw onderzoek van locatiealternatieven wordt voorzien. Isvag verheelt dus niet dat er geen nieuw onderzoek naar locatiealternatieven is gebeurd.

5. STELLING: Isvag heeft prof.P. Quicker van de Technische Universiteit van Aken geëngageerd om te bewijzen dat de huidige roosteroventechniek, die door Isvag reeds sinds 1999 ter plaatse wordt gebruikt, de beste techniek is en dat er bijgevolg geen uitvoeringsalternatief bestaat. In het MER – pagina 30 stelt Isvag dat daarom geen uitvoeringsalternatieven werden onderzocht.


FACTCHECK: De vaststelling is dat het onderzoek van prof. Quicker werd beperkt tot uitsluitend de thermische verwerkingstechnieken. Zo werden de volgende alternatieve verwerkingstechnologieën niet onderzocht:
-de biologisch-mechanische (voorbehandelings)technieken, zoals de nieuwe Renescience technologie van Dong Energy;
-de “waste-to-methanol” technologie, zoals toegepast door het Canadese bedrijf Enerkem.
Nochtans scoren deze technologieën qua milieuperformantie beter dan de thermische roosteroven.

DUIDING: Eind 2015 werd door de afvalregio Eindhoven (Nederland) beslist om voor wat betreft restafvalverwerking te opteren voor DONG Energy (REnescience technologie met verbeterde enzymatische vergisting). Zie: https://www.afvalgids.nl/cure-afvalbeheer-neemt-volgende-stap-renescience-project/
Reeds in 2001 werd in een studie van de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) erkend dat het scheiden en vergisten van afval (met verbranding hoogcalorische rest in wervelbed) als Best Beschikbare Techniek (BBT) kan worden beschouwd, naast de roosteroventechniek met katalytische DeNOX en naast biologisch drogen en scheiden met wervelbed. https://emis.vito.be/sites/emis.vito.be/files/pages/migrated/afval_verwerkingsscenario_volledig_rapport.pdf)
De techniek van het scheiden en vergisten is echter sindsdien nog beduidend verbeterd door de toevoeging van enzymes (die voorheen onafbreekbare biologisch-organische moleculen zoals cellulose en lignine verder opknippen zodat ze toch in biogas kunnen worden omgezet). Men mag dus verwachten dat deze techniek nog beduidend beter scoort dan in 2001 en dus mogelijks ook beter dan afvalverbranding via roosteroventechniek. Dit wordt ook bevestigd in de studies die door Cure Afvalbeheer, het afvalverwerkingsverband rond de stad Eindhoven, werden besteld. Deze studies concluderen: De screening LCA laat zien dat de REnescience-technologie in combinatie met extra materialenhergebruik van plastic, staal en aluminium beter presteert dan een conventionele verbrandingsinstallatie wat betreft energieproductie. Met toenemende prestaties van REnescience kan dit verschil groter worden, ten gunste van REnescience.

6. STELLING: Isvag poneert dat haar afvalverbrandingsactiviteiten een opportuniteit vormen voor het behalen van de klimaatdoelstellingen.


FACTCHECK: De Europese Commissie heeft reeds in 2015 duidelijk gemaakt dat haar lidstaten maximaal moeten inzetten op processen die, in vergelijking met klassieke afvalverbranding, minder vervuilend zijn en afval meer recycleren. De keuze om in te zetten op energiewinning via een verbrandingsoven geniet dus duidelijk niet de voorkeur van Europa. De hoge uitstoot aan CO² bij klassieke verbrandingsprocessen maakt bovendien het behalen van de klimaatdoelstellingen problematisch.

DUIDING: Eerder dan afvalverbranding moet worden geopteerd voor afvalverwerking via een biogascentrale (Closing the loop — An EU action plan for the circular economy, COM(2015) 614 final. A circular economy is one in which the value of products, materials and resources is maintained for as long as possible, minimising waste and resource use.). In de publicatie ‘The role of waste-to-energy in the circular economy’ (26.01.2017) herinnert de Commissie de lidstaten aan de milieuprioriteiten die meespelen bij de afvalverwerking. De Commissie wil daarmee de interpretatie van een richtlijn uit december 2015 verduidelijken.
Een centrale rol in de visie van de EU is weggelegd voor de ‘afvalhiërarchie’, dat de verschillende manieren om energie te creëren uit afval ordent volgens de impact ervan op de omgeving. Het verbranden van afval, ook al wordt daarmee energie opgewekt, staat onderaan de driehoek en is dus de minst aangewezen optie (lees verder onder de afbeelding).

Aan de lidstaten, zoals België, wordt daarom gevraagd om hun subsidies voor afvalverbranding terug te schroeven, en meer in te zetten op processen die hoger staan in de afvalhiërarchie. De Commissie raadt de lidstaten ook aan geen nieuwe ovens meer te bouwen en om oude en minder efficiëntie verbrandingsinstallaties te ontmantelen, of om belastingen op verbranding van afval te verhogen of in te voeren als die nog niet bestaat.
Volgens de Europese Unie zijn sommige lidstaten, w.o. België, teveel afhankelijk van de verbranding van afval. De Commissie verwijst daarvoor naar een studie uit 2014, waaruit blijkt dat in België 44 procent van het afval verbrand wordt. Slechts vijf EU-lidstaten doen slechter. De rol van afvalverbranding, nog steeds de meest courante manier om energie uit afval te winnen, moet daarom volgens de EU herbekeken worden.
Volgens een andere studie uit 2014 wordt ongeveer 1,5 procent van de verbruikte energie in de EU opgewekt via afval, door verbranding en verwerking in biogascentrales. Dit percentage zou niet significant mogen stijgen, omdat het de bedoeling is om meer afval te recycleren, maar wel wordt aangeraden om meer in te zetten op methodes die minder schadelijk zijn voor het milieu. De Commissie verwijst naar een biogascentrale in Milaan, waar de stad al het organisch afval apart ophaalt, wat resulteert in 120.000 ton per jaar. Op volle sterkte kan de biogascentrale 35.880 MWh elektriciteit per jaar produceren, genoeg om 24.000 mensen te voorzien.
Desondanks blijft ISVAG bij haar standpunt om, strijdig met de EU-richtlijn, niet in te zetten op recyclage van het aanbod huishoudelijk afval of op andere voor mens en milieu minder schadelijke verwerkingsmethoden. Dit is betreurenswaardig, temeer daar de nieuwe afvaloven een significant aandeel zal hebben in de CO²-uitstoot in de Antwerpse zuidrand.
Een spijtige vaststelling, die de inspanningen fnuikt die vandaag de dag van mensen en bedrijven worden gevraagd op het vlak van energiebesparing en –gebruik en een ondermijning ook van:
1. het mondiale klimaatbeleid (Akkoord van Parijs van december 2015);
2. het Europese klimaatbeleid (oktober 2014: Klimaat- en Energiepakket 2030, w.o. een bindende, interne broeikasgasvermindering van minstens -40% t.o.v. 1990;
3. het Belgische en Vlaamse klimaatbeleid: Voor België geldt een reductiedoelstelling van 15% tegen 2020. De verdeling tussen de verschillende overheden is als volgt: Vlaanderen zal haar broeikasgasuitstoot met 15,7% verminderen, het Waals Gewest met 14,7% en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met 8,8%.

***

VOOR HET GEMEENTEBESTUUR PRIMEERT UW GEZONDHEID

In de uitnodiging wordt niet gesproken over de volksgezondheid.
Nochtans heeft de VITO in 2010 een belangwekkend rapport gepubliceerd over de impact van de rookgassen van afvalverbrandingsovens: het eindrapport ‘Referentietaken Adviesvraag: Gezondheidseffecten nabij huisvuilverbrandingsinstallaties’ (VITO, augustus 2010 - A. Colles, G. Koppen, G. Schoeters), opgesteld i.o.v. het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid: 2010/MRG/R/303.
Dit rapport, een studie van alle beschikbare binnen- en buitenlandse studies in verband gezondheidseffecten van huisvuilverbrandingsinstallaties (HVI), komt tot het besluit dat een significant verhoogd voorkomen wordt genoteerd van maag-, colon-, lever-, long- en keelkanker, leukemie, soft tissue sarcoma en non-Hodgkin lymphoma bij de omwonenden van HVI met dioxine-emissies hoger dan 0,1 TEQ/Nm³. Tevens werd een verhoogd risico op congenitale afwijkingen en kindersterfte waargenomen. Bij afvalovens met een dioxine-emissie lager dan 0,1 ng TEQ/Nm³ zijn de berekende kankerrisico ’s sterk gereduceerd en onder de grenswaarde van 1/miljoen alsook eerder geen of een zwakker risico op congenitale afwijkingen.
Wat de historische dioxine-emissies van de ISVAG-afvaloven betreft, oordeelde Ir. F. De Geyter, MER-deskundige lucht in het rapport “Eindevaluatie Commissie Verbranding en Rookgassen i.v.m. de heropstart van ISVAG” (04.01.1999, pag 6), dat ISVAG in de periode 1980-89 model stond voor een hoge dioxine-uitstoot (tussen 10 à 40 ng TEQ/Nm³ = 100 tot 400 maal de huidige norm van 0,1 ng TEQ/Nm³). Isvag heeft dus ruim 20 jaar lang, tot bij door de Rechtbank van Eerste Aanleg in 1999 opgelegde sluiting, doorlopend een extreem hogere uitstoot aan dioxines gekend dan de huidige norm van 0,1 ng TEQ/Nm³ toelaat.
De overzichtsstudie van de VITO toont aan dat afvalverbranding in onze regio mogelijk gezondheidsschade heeft aangericht. Daarom stelde het gemeentebestuur in 2013 de verdere bestrijding van deze afvaloven als beleidsdoel voorop. Zij ondernam hiervoor al actie bij de afgelopen vergunningsprocedures. En zal dit blijven doen tijdens de vergunningsprocedures die Isvag nu moet doorlopen.
Uw gezondheid en de gezondheid van uw kinderen en kleinkinderen primeert!

Contactinformatie