Overlijdensaangifte

Een overlijdensaangifte is de registratie van het overlijden van een persoon bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats van overlijden.

Voorwaarden

  • De aangifte van overlijden wordt gedaan door een verwant, een derde persoon of de begrafenisondernemer.
  • De aangever kent de nodige inlichtingen die vereist zijn voor het opmaken van de overlijdensakte.
  • Bij doodgeboorte of overlijden van een kindje jonger dan één jaar komt u als vader (indien gehuwd of een erkenning voor de geboorte) of moeder mee de aangifte doen.

 

Procedure

Een overlijden moet zo snel mogelijk aangegeven worden bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar de persoon is overleden.

  • De vaststelling van het overlijden zelf gebeurt door een geneesheer. Hij of zij stelt een overlijdensattest op.
    • Sterft iemand thuis, dan verwittigt u de huisarts of dokter met wachtdienst.
    • Overlijdt iemand in een ziekenhuis of een andere zorgvoorziening, dan zorgt de verantwoordelijke daar voor een overlijdensattest.
    • Bij een dodelijk ongeval stelt de politie in het bijzijn van een arts een proces-verbaal op.
  • Vervolgens moet het overlijden zo snel mogelijk aangegeven worden (de overlijdensaangifte zelf) bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar de persoon is overleden.
    • Meestal zorgt de begrafenisondernemer voor de overlijdensaangifte en alle administratieve formaliteiten. Maar u kunt dit ook zelf doen.
  • De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt een akte van overlijden op. Dit is het officiële bewijsstuk van het overlijden.

Denk eraan om de volgende personen of instellingen ook op de hoogte te brengen van het overlijden:

  • bank
  • notaris
  • verzekeringsmaatschappij
  • ziekenfonds
  • pensioendienst
  • belastingen
  • huiseigenaar
  • watermaatschappij
  • leverancier van gas en elektriciteit
  • werkgever

Meebrengen

Bij begraven:

  • aangifteformulier (Model III C)
  • trouwboekje van de overledene (eventueel van de ouders) (als een gehuwde of een echtgescheiden persoon geen trouwboekje meer heeft, een afschrift van de huwelijksakte)
  • identiteitskaart van de overledene
  • identiteitskaart van de aangever
  • rijbewijs van de overledene
  • bewijs van de geneesheer die het overlijden heeft vastgesteld
  • attest van laatste wilsbeschikking uit het bevolkings- of vreemdelingenregister van de woonstgemeente (begraving, crematie of geen keuze)
  • als de overledene niet wordt begraven in zijn woonplaats of in de gemeente van overlijden: de toelating tot begraven van de gemeente waar de begraving plaatsvindt

Bij crematie:

  • verzoek tot crematie van een persoon die bevoegd is voor de lijkbezorging (meestal een familielid)
  • attest van de behandelend geneesheer dat er geen sporen zijn van een gewelddadig of verdacht overlijden

Bedrag

Uitzonderingen

Regelgeving

Contactinformatie